Van meten naar beweging: Npuls-pilot voor monitoring in het hoger onderwijs

Digitale vaardigheden zijn in het onderwijs allang geen bijzaak meer. Tegelijkertijd worstelen veel instellingen in het hoger onderwijs met de vraag hoe zij deze vaardigheden zichtbaar en bespreekbaar maken, en hoe zij daarop kunnen sturen. Vanuit de behoefte aan meer samenhang en richting startte Npuls een pilot waarin verschillende manieren van monitoren werden verkend, waaronder de monitor Leren en lesgeven met ict van iXperium.

Een versnipperde praktijk

Hoewel monitoring van digitale vaardigheden geen nieuw terrein is, is de praktijk versnipperd. In het mbo wordt al langer op grote schaal gewerkt met monitoring, onder andere via initiatieven als MBO Digitaal, waar dit een vaste plek heeft binnen professionalisering. Ook in het hbo zijn er instellingen met ervaring, zoals de HAN met de monitor Leren en lesgeven met ict. Tegelijkertijd blijven deze initiatieven vaak lokaal georganiseerd en verschillen ze sterk in aanpak en toepassing.

De Npuls-pilot bouwt voort op deze bestaande praktijken, met als doel om beter te begrijpen wat monitoring in de praktijk oplevert en onder welke voorwaarden het werkt. Het ging daarbij nadrukkelijk niet om het verzamelen van perfecte of representatieve data, maar om het leren van ervaringen en het ophalen van praktijkervaringen.

Samen met partners als Jisc en iXperium en instellingen uit mbo, hbo en wo werd verkend hoe monitoring kan bijdragen aan docentontwikkeling en onderwijsvernieuwing. Daarmee sluit de pilot aan bij de bredere ontwikkeling van Centers for Teaching and Learning (CTL’s), waar professionalisering, onderwijsinnovatie en digitalisering samenkomen. De belangrijkste bevindingen uit de pilot zijn inmiddels gebundeld in het Npuls-rapport Digitale geletterdheid versterken met monitoring.

Bas Kurver, senior onderzoeker bij iXperium
“Het was niet het doel om perfecte data te verzamelen. We wilden vooral zien: wat levert zo’n monitor op, en wat vinden mensen ervan in de praktijk?”

Diversiteit in deelnemers en benaderingen

De pilot bracht een diverse groep instellingen samen uit mbo, hbo en wo, met in totaal acht deelnemers. Vanuit iXperium werd samengewerkt met onder meer Fontys, Saxion, KPZ, BUas en verschillende mbo-instellingen, terwijl andere instellingen, waaronder Maastricht University, Erasmus University en Hogeschool Leiden, kozen voor de Jisc-tool. De pilot startte in oktober 2025 met een gezamenlijke kick-off, gevolgd door bijeenkomsten en intensief contact met de instellingen. Vanuit iXperium begeleidden Bas Kurver, Dana Uerz en Frank Willems de deelnemende instellingen, onder andere in de opstart, de reflectie op doelen en de gezamenlijke duiding van opbrengsten.

Kenmerkend voor de opzet was de keuzevrijheid: instellingen bepaalden zelf met welke monitoringtool zij werkten. Die ruimte maakte het mogelijk om verschillende benaderingen naast elkaar te zien ontstaan. Zoals Bas aangeeft: “Scholen konden echt kiezen. Dat maakte het interessant, want je zag verschillende benaderingen naast elkaar ontstaan.” Waar de Jisc Discovery Tool zich richt op digitale geletterdheid en het eigen handelen van professionals, vertrekt de iXperium-monitor Leren en lesgeven met ict vanuit de onderwijspraktijk en de didactische inzet van technologie. Daarnaast maakten enkele instellingen gebruik van zelfontwikkelde instrumenten, vaak sterk afgestemd op de eigen context.

Van instrument naar vraagstuk

In de praktijk verschoof de aandacht al snel van de tools zelf naar de vragen die zij opriepen. Het gebruik van de monitor leidde binnen instellingen tot reflectie: wat willen we eigenlijk bereiken met monitoring, en hoe benutten we de uitkomsten? Bas: “We merkten al snel dat het niet zozeer ging om de monitor zelf, maar om de vraag: wat wil je hier eigenlijk mee bereiken? Die gesprekken waren erg waardevol.”

Tegelijkertijd werd zichtbaar dat monitoring zelf iets in gang zet. Het maakt verschillen inzichtelijk, roept reflectie op en vraagt om duiding, en functioneert daarmee als een veranderinstrument. Juist hierin raakt het aan de rol van CTL’s; deze bieden de structuur om daar ook daadwerkelijk opvolging aan te geven. Daarmee wordt ook duidelijk dat een monitor meer is dan het invullen van een vragenlijst. Bas: “Een monitor is niet alleen een vragenlijst. Je wilt dat er iets gebeurt; dat het leidt tot gesprek en ontwikkeling.”

De pilot onderstreept daarmee dat de waarde van monitoring niet ligt in het verzamelen van data, maar in het bieden van handelingsperspectief en het in gang zetten van ontwikkeling.

Context en duiding bepalen de opbrengst

De pilot laat zien dat monitoring sterk afhankelijk is van de context waarin deze wordt ingezet. In het hbo en mbo sloot de monitor relatief goed aan, met name in omgevingen waar professionalisering al een duidelijke plek heeft en de link met de beroepspraktijk sterk is. Binnen het hbo waren het opvallend vaak lerarenopleidingen die actief deelnamen. Zoals Bas aangeeft: “Je zag duidelijk verschil tussen sectoren. In het hbo, en vooral bij lerarenopleidingen, landt het sneller dan in andere contexten.”

Tijdens de gezamenlijke sensemaking-sessie in februari 2026 werd duidelijk dat de waarde van monitoring niet in de data zelf zit, maar in de gezamenlijke interpretatie ervan. Door ervaringen en inzichten te duiden, ontstaat betekenis en richting voor vervolg.

Bas Kurver, senior onderzoeker bij iXperium
“Een monitor is niet alleen een vragenlijst. Je wilt dat er iets gebeurt; dat het leidt tot gesprek en ontwikkeling.”

Naar een gezamenlijke aanpak

Wat bij veel deelnemers bleef hangen, is de behoefte aan een meer gezamenlijke aanpak. Instellingen zoeken naar gedeelde expertise en ondersteuning, zodat niet ieder afzonderlijk het wiel hoeft uit te vinden. De vergelijking met het Verenigd Koninkrijk, waar Jisc een duidelijke rol vervult, werd daarbij regelmatig gemaakt. In Nederland ligt die rol meer verspreid, maar initiatieven zoals Npuls en de ontwikkeling van CTL’s bieden een basis om hier verder op te bouwen.

De pilot maakt duidelijk dat monitoring geen doel op zich is, maar een middel om ontwikkeling te ondersteunen. De echte impact ontstaat wanneer monitoring wordt verbonden aan een bredere infrastructuur voor leren en professionaliseren, waarin meten, duiden en handelen met elkaar samenhangen.

Beweging naar gerichte ontwikkeling

De belangrijkste les uit de pilot is dat monitoring pas waarde krijgt wanneer het iets in gang zet. Niet het instrument staat centraal, maar wat het teweegbrengt: reflectie, gesprek en gerichte ontwikkeling.

Daarmee verschuift monitoring van meten naar bewegen en wordt het een essentieel onderdeel van hoe onderwijsorganisaties werken aan digitale transformatie en toekomstbestendig onderwijs.

Nieuws