Veel ict en technologie in onderwijs bij HAN-opleiding Fysiotherapie

Veel opleidingen zijn druk met innovaties maar de opleiding Fysiotherapie van de HAN pakte hun onderwijsinnovatie wel heel krachtig aan: een nieuw curriculum, een nieuwe toetsing, een nieuwe didactiek, een nieuwe leeromgeving, ze werken zonder rooster, in verticale leergroepen, online en face-to-face met gebruik van verschillende soorten ict en technologie. Hoe pakte het team dit aan en hoe ziet het onderwijs bij deze opleiding er nu uit?

In de opleiding werken alle studenten van eerstejaars tot vierdejaars samen in zogenaamde communities of learning en communities of practice die gekoppeld zijn aan leercoaches. Studenten hebben geen rooster en bepalen binnen grotere thema’s zelf waar ze aan werken en hoe ze tot hun gewenste leeruitkomsten komen. Samenwerken is belangrijk en studenten hebben een grote verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces en dat van hun medestudenten. De curriculuminhoud, de leeromgeving en de toetsing is vergaand gedigitaliseerd. Studenten maken veel gebruik van digitale media en (online) peerfeedback.

Marjo Maas, docent en wetenschapper vertelt over de nieuwe opzet van de opleiding: “Deze onderwijsvernieuwing komt niet uit de lucht vallen. In de Deltastroom van onze opleiding, ontwikkeld door Joost van Wijchen, deden we al veel ervaring op met meer zelfsturing en flexibilisering van het leerproces. Die ervaring hebben we meegenomen om het nieuwe onderwijs vorm te geven. Voor de toetsing nam ik de verantwoordelijkheid, voor het curriculum Joost Seeger en voor de didactiek en leeromgeving was dat Niki Stolwijk.”

Samensturing en gedeelde verantwoordelijkheid

Marjo: “Vanaf september 2021 zijn alle studenten van de opleiding Fysiotherapie zelf in de lead. Dat betekent niet dat ze aan hun lot overgelaten worden. We weten al lang dat studenten verschillen in hun regulatievaardigheden. Wij spreken dan ook liever van ‘samensturing’ dan ‘zelfsturing’ van het leerproces en ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ in plaats van ‘eigen verantwoordelijkheid’ voor de resultaten. Kortom, je steekt waar nodig een hand toe en je stimuleert studenten om tijdig hulp te vragen.”

Programmatisch toetsen

De opleiding is in de Deltastroom begonnen met programmatisch toetsen en heeft dit concept vervolgens doorontwikkeld en in de hele opleiding geïmplementeerd. In samenwerking met de beroepspraktijk is het beroepscompetentieprofiel vertaald naar concrete leeruitkomsten en is de leerinhoud vertaald naar thema’s. Marjo: “In het elektronisch portfolio Scorion verzamelen studenten zelfstandig bewijs voor hun ontwikkelingsproces, niet achteraf maar juist vanaf het begin. Ze nemen bijvoorbeeld een video op van een onderzoek, sturen via Scorion een feedbackformulier naar een medestudent of docent binnen de community, die op zijn of haar beurt het formulier met feedback retourneert. De resultaten (scores en schriftelijke feedback) worden automatisch in Scorion opgeslagen. We zien dat studenten liever eerst peerfeedback (van studenten) ontvangen voor ze docentfeedback vragen en dat willen we ook zo. Feedback van ouderejaars studenten wordt erg gewaardeerd en ouderejaars studenten vinden het op hun beurt leuk om jongerejaars te begeleiden.

Kennistoetsen worden ook online afgenomen op eigen devices. De mogelijkheid om tijd- en plaatsonafhankelijk te toetsen is tijdens Corona een uitkomst gebleken. . Studenten leren zo vanaf de eerste weken op de opleiding om feedback te vragen en om zelf ook feedback te geven. Dat is belangrijk want in de beroepspraktijk is intervisie en peer review breed geimplementeerd als methode om kwaliteit te verbeteren en onderdeel van het kwaliteitsregister voor fysiotherapeuten. Onze studenten leren vanaf dag één om een standaard voor kwaliteit te ontwikkelen door kritisch te kijken naar hun eigen handelen en dat van hun peers.”

Leeromgeving in Microsoft teams

Marjo: “We hebben ook een eigen leeromgeving ontwikkeld. Een van onze docenten Bastiaan Koekoek heeft samen met een student een virtuele beroepspraktijk gemaakt die toegankelijk is binnen Teams. Studenten komen bijvoorbeeld in een virtuele fysiotherapiepraktijk of een virtuele wijk in Nijmegen en kiezen met welke gezondheidsvraagstukken ze willen werken. Ze klikken bijvoorbeeld op een kamer in de praktijk of een gebouw in de wijk en dan opent er een video van een echte client met een hulpvraag. We werken alleen met authentieke vraagstukken uit de praktijk. Met dat vraagstuk ga je als student aan de slag. En dan loop je vanzelf tegen allerlei vragen aan die betrekking hebben op diagnostiek of behandeling. In deze virtuele omgeving kun je webinars en kennisclips vinden over dat gezondheidsvraagstuk of digitale boeken en artikelen lezen. Veel webinars en kennisclips hebben we zelf gemaakt maar we gebruiken ook internationale webinars en e-learnings.
Natuulijk leren studenten niet alleen online. Face-to-face onderwijs is nodig voor ons beroep om klinische en communicatieve vaardigheden te kunnen ontwikkelen. In de online leeromgeving vinden studenten alle informatie die nodig is om efficient te kunnen oefenen op school en persoonlijk feedback te ontvangen.”

Uitdagingen voor docenten

Deze nieuwe manier van werken is voor docenten een uitdaging. Eerder werkte een docent volgens rooster, stond de leerinhoud vast, nu werkt een docent vraaggericht. Marjo: “Net als in de praktijk van fysiotherapie hebben docenten niet altijd de gewenste expertise en kunnen ze naar elkaar verwijzen als studenten met vragen komen waar ze niet direct een antwoord op hebben. De hulpvraag van de client in de praktijk is veelal heel divers en zo ook de leervraag van de student. Omgaan met onzekerheid, kijken wat er nodig is in plaats van aanbieden wat je denkt dat nodig is, is een vaardigheid die studenten en docenten moeten ontwikkelen. Het is voor docenten ook een uitdaging om alle studenten in de gaten te houden en te zien waar ze mee bezig zijn. Leercoaches bespreken met elkaar regelmatig de voortgang van de studenten die ze onder hun hoede hebben. Daarnaast wordt de voortgang ook inzichtelijk in het digitaal portfolio. Studenten die niet tijdig feedback vragen, niet laten zien waar ze staan, verzamelen onvoldoende bewijs, en dat wordt zichtbaar in het dashboard van het portfolio waarin ook de ontwikkeling in de tijd grafisch wordt afgebeeld.

Feedback Tools en virtueel leren

Marjo: “We hebben gemerkt dat ondanks alles, docenten tijd tekort komen om alle vragen om feedback te kunnen beantwoorden. We hebben om die reden gezocht naar manieren om feedback ook op andere manieren te genereren. Met mijn collega Nicky Stolwijk heb ik een NRO Comeniusbeurs ontvangen die de mogelijkheid gaf om daarmee te experimenteren. Onze docenten hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van modules in Traintool. Dat is software voor het actief trainen en toetsen van communicatieve vaardigheden en het ontvangen van feedback.”

Marjo: “Daarnaast maken studenten ook gebruik van de virtuele Client Max, een toepassing waarmee studenten met een VR-bril op een intakegesprek oefenen met een virtuele client. Vanuit de virtuele toepassing krijgen ze feedback op luisteren, stopwoordjes, de toepassing kijkt of je de procedure correct volgt, signaleert of je door op de juiste manier door te vragen ook te weten komt met welke vraag de cliënt naar het gezondheidscentrum is gekomen. Virtuele Client Max is ontwikkeld vanuit het iXperium Health door Astrid Timman, docent vaktherapie.”

Voor het trainen van klinische vaardigheden wordt de Performance Caroussel ontwikkeld. Dat is een rollenspel waarin studenten zelfstandig kunnen oefenen met korte casuistiek die zowel online als in hard-copy beschikbaar komt.

Face-to-face onderwijs

Als studenten op de HAN bij elkaar komen worden ze gestimuleerd om de tijd vooral te gebruiken om te oefenen en (peer)feedback te vragen op het handelen. Marjo: “Bijvoorbeeld, studenten bestuderen de anatomie door middel van kennisclips en literatuur, dat kan docent-onafhankelijk. Maar er is een docent beschikbaar om vragen te beantwoorden en de kennis te verbinden aan het gezondheidsvraagstuk waar studenten mee bezig zijn. Dat gaat niet altijd vanzelf. Iedere student bepaalt zelf of hij of zij hier aan mee doet. En natuurlijk is de ontmoeting op de HAN belangrijk voor de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student. Het is belangrijk dat studenten zich gehoord, gekend en gezien voelen, zich verbonden voelen, kortom zich happy voelen en een eigen professinele identiteit ontwikkelen.”

Innovatie en onderzoek

Ook de onderzoekers vanuit HAN-lectoraten zijn nauw verbonden aan de opleiding. Marjo: ““Onze onderzoekers leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van het curriculum en de toepassing van technologie. Bijvoorbeeld het communicatie-onderwijs is gebaseerd op resultaten van het onderzoek binnen het lectoraat Werkzame Factoren in de fysiotherpie en het paramedisch handelen. De app die is ontwikkeld door lector Lilian Beijer, die in de praktijk wordt gebruikt voor behandeling op afstand voor mensen met lage rugpijn, implementeren we ook in het onderwijs om studenten te laten oefenen met deze vorm van e-health. Ook ontwikkelen we onderwijs in samenwerking met onderzoeker Jesper Knoop voor het gebruik van klinimetrische data. In de beroepspraktijk worden deze data gebruikt om prognostische profielen van mensen met lage rugpijn te maken. Die profielen gebruiken we in de praktijk om samen met de client te beslissen over ‘haalbare’ doelen en daarmee de client meer regie te geven over het herstelproces. En dat is precies waarmee we onze studenten laten oefenen zodat ze straks in de praktijk het voortouw kunnen nemen in de toepassing van deze methodiek.”

De opleiding heeft dus veel geïnvesteerd in technologie, zowel in de didactiek (webinars, kennisclips, online feedback), de leeromgeving (virtuele beroepspraktijk) als het curriculum. Marjo geeft aan dat ze veel zelf hebben gemaakt. Marjo: “We hebben gelukkig binnen de HAN veel kennis en adviseurs die advies kunnen geven. Maar we moesten het als docenten wel zelf doen. Op de site leren-en-werken-met-ict vind je veel kennis en tips en ingangen naar specialisten die je kunnen helpen. Maar je moet het zelf ontwikkelen. En dat is best een klus. We hadden een lange adem nodig om te komen waar we nu zijn. We zijn er heel erg trots op, ondanks de uitdagingen waarvoor we nog staan. Maar we zijn ervan overtuigd dat we op deze manier studenten opleiden die de beroepspraktijk van de toekomst nodig heeft.”

Informatie over
de opleiding Fysiotherapie
het lectoraat Neurorevalidatie
het lectoraat Werkzame factoren in fysiotherapie en paramedisch handelen