Doen doen doen en loslaten

Eind februari sluiten onderzoekers, leraren, opleiders en specialisten het NRO onderzoeksproject rond Maakonderwijs met ict en W&T af. Woensdag 22 januari was de slotbijeenkomst van het project om ervaringen en opbrengsten van het project te delen.

Op woensdag 22 januari 2020 vond in Arnhem de slotbijeenkomst plaats van het NRO Onderzoeksproject Maakonderwijs (met ict) binnen W&T. Het project loopt formeel nog tot eind februari, maar de betrokken onderzoekers, lerarenopleiders en leraren hadden al ruim voldoende om te delen en te bespreken met de aanwezigen.

Opening door Sylvia Veltmaat

Sylvia Veltmaat, bestuurder van DeBasisFluvius, begon de bijeenkomst met een dik compliment. Veel scholen doen mee met een project of bijeenkomst waarbij ze leren met ict of maakonderwijs inzetten, maar het is zo moeilijk om dit dan ook een structurele plek te geven in het onderwijs van de eigen school. Dat is de leraren in dit team wel gelukt. En dat is een topprestatie. Niet alleen van de leraren, maar ook van de opleiders van HAN Pabo die het project begeleidde en de onderzoekers die observeerden en data analyseerden. Samen ontwikkelde het team ook nieuwe arrangementen, modellen en tools. Sylvia vindt het mooi dat andere leraren in het netwerk hiermee zelf aan de slag kunnen gaan.

Het project: 2017-2020

Pierre Gorissen, senior onderzoeker bij het iXperium/Centre of Expertise Leren met ict (iXperium/CoE) en projectleider van het onderzoeksproject, schetste de route die het team heeft gelopen. In 2017 startte fase 1 van het project vanuit de iXspace in Arnhem in samenwerking met scholen uit die regio. Bij fase 2, die in 2018 van start ging, sloot ook iXspace Nijmegen aan en gingen de Arnhemse scholen De Dorendal, de Pieter Brueghelschool, OBS ASV, De Vlinder samen met De Buut uit Nijmegen, mediamentoren, lerarenopleiders van de HAN PABO en onderzoekers van het iXperium/CoE aan de slag.

In het project stonden vier onderzoeksvragen centraal:

  • Aan welke doelen van Wetenschap en Technologie (W&T) kan met maakonderwijs (met ict) een invulling worden gegeven?
  • Welke vakdidactische en pedagogische principes horen daarbij?
  • Op welke competenties van leraren doet dit een beroep?
  • Welke ondersteuning hebben de leraren daarbij nodig?

Pierre stond in zijn inleiding ook stil bij wat het betekent als je onderzoek in de praktijk uitvoert. Een onderzoeker in de klas zorgt voor de nodige beroering bij de leerlingen. In de presentatie kwamen een aantal anecdotes en foto’s voorbij.
Het project heeft nog een viertal weken voordat het officieel ten einde is. Dat betekent ook dat de deelproducten die het project zal opleveren nog niet allemaal in hun definitieve staat beschikbaar zijn. Uiteindelijk zal het project de volgende deelproducten opleveren:

  • Een leerlijn maakonderwijs in het primair onderwijs
  • Een professionaliseringskader me activiteiten die leraren ondersteunen bij het ontwikkelen en uitvoeren van maakonderwijs, inclusief de rol van de leraar en de benodigde pedagogische en vakdidactische vaardigheden.
  • Een beschrijving van vijf leerarrangementen rond maakonderwijs.
  • Kennisclips waarbij leraren en experts uitleggen hoe je maakonderwijs in het primair onderwijs kunt uitvoeren (zijn al hier te bekijken).
  • Een inhoudelijk onderzoeksrapport met antwoorden op onderzoeksvragen.

Maar ook al zijn de eindproducten nog niet allemaal klaar, er was voldoende te delen vandaag. De presentatie van Pierre is hieronder als PDF te downloaden.


Een leerlijn Maakonderwijs (met ict) en W&T

Na de inleiding ging Nieske Coetsier, onderzoeker bij het iXperium/CoE, in op de ontwikkelde leerlijn. Ze schetste daarbij de uitgangspunten en onderdelen van de leerlijn en de wijze waarop Wetenschap & Techologie, Maakonderwijs en ict gecombineerd zijn.

Als hulpmiddel bij het gebruik van de leerlijn is een sjabloon ontwikkeld met de bouwstenen erin. Dit sjabloon gebruikte de onderzoekers om de vijf ontwikkelde leerarrangementen te beschrijven en is een hulpmiddel voor leraren bij het ontwikkelen van nieuwe leerarrangementen.

Een belangrijk onderdeel van een leerarrangement is de onderbouwing en evaluatie. Het is goed (ook voor anderen met wie je een arrangement deelt) om te zien hoe je tot de keuzes bent gekomen.


Professionaliseren – ook gepersonaliseerd voor de leraar

In deze sessie ging Pierre Gorissen eerst kort even in op professionalisering als integraal onderdeel tijdens het uitvoeren van het onderzoeksproject. De leraren, lerarenopleiders en onderzoekers hebben met elkaar delen van de leerlijn ontworpen, zichzelf geprofessionaliseerd in het werken volgens de Design Thinking aanpak, voorbeelden op andere locaties bekeken. Professionaliseren was geen losstaande activiteit.

De resultaten hiervan en de ervaringen en feedback van de leraren verwerken we in het professionaliseringskader. Maarten Hennekens, opleider bij HAN Pabo, beschreef de verschillende onderdelen van het kader en ging in op uitdagingen en de noodzaak om ook professionalisering van leraren gepersonaliseerd aan te pakken. De ene leraar weet en kan al meer dan de ander. En veel technologie leer je niet even in vijf minuten. Je moet toch even prutsen met een micro:bit voordat je er echt slim mee kunt werken. En een 3D-print maak je ook niet even uit de losse pols.

Opleider Albien Hendriks voegt er aan toe dat ook de creatieve component belangrijk is. Het is goed om leerlingen te laten nadenken over hoe ze materialen willen gebruiken:laat je ze onbewerkt of geef je ze een kleur? Welke beeldende doelen kun je koppelen aan je maakonderwijs? Je moet als leraar zelf creatief leren denken. Veel ervaringen opdoen om tot iets nieuws te komen. De leraar moet zelf ook een maker zijn.

Na de toelichting door Pierre, Maarten en Albien, bespraken de deelnemers in groepen hoe de professionalisering van leraren er in de praktijk van alle dag uit zou moeten zien als je rekening houdt met verschillen tussen leraren. Ze bespraken o.a. hoe de professionalisering er dan uit zou moeten zien, wanneer een goed moment is, waar de professionalisering plaats zou moeten vinden (op school of juist liever thuis op een zelfgekozen moment), met en door wie, wat je moet leren en waarom nou net dat.
De uitwerkingen van dit deel van de sessie gebruikt de projectgroep als aanvullende input voor de eindrapportage.

Het onderzoek

Onderzoeker Marjoke Bakker presenteerde de uitkomsten van het onderzoek dat de gestelde onderzoeksvragen moet beantwoord: Aan welke doelen van W&T kun je met maakonderwijs (met ict) een invulling geven? En welke vakdidactische en pedagogische principes horen daar bij?

Tijdens het project hebben de onderzoekers een aantal methoden gebruikt om informatie te verzamelen. Ze interviewden ze de leraren vooraf over het gepland leerarrangement. Ze observeerden een aantal lessen per leerarrangement en deden mini-interviews tijdens de lessen (hoe gaat de les in praktijk, wat zijn de ervaringen van leerlingen en leraar?). Na afloop vond er nog een interview met de leraar plaats waarbij teruggeblikt werd op het leerarrangement. De leerlingen krijgen wekelijks een korte vragenlijst over hun ervaringen en aan het einde een wat langere vragenlijst over hoe ze het leerarrangement ervaren hebben. Op basis van de feedback na de eerste cyclus hebben de leraren het leerarrangement bijgesteld en nogmaals uitgevoerd.

Tijdens de presentatie betrok Marjoke steeds de verhalen van de leraren als illustratie bij de resultaten.

Dat deed ze bijvoorbeeld om toe te lichten wat de waarde is van een thema met een introductie. Leraar Angelique vertelde hoe zij IPC gebruikte om vanuit het onderwerp ‘Plek in de ruimte’ tot de opdracht “Ontwerp een satelliet” te komen. Bij eerder projecten hing de maakopdracht los in het onderwijs. Nu was het verbonden met andere lessen en ingebed. De leerlingen konden informatie op verschillende plekken weer toepassen.
Leraar Desiree verbond de opdracht aan de verbouwing van de school. Dit gaf haar de kans om met de leerlingen te gaan kijken bij de verbouwing. Ze mochten op de bouwplaats kijken. Waar staan de muren, waar komt glas, hoe hoog is het hier? En hoe meet je dat dan? Ze konden ook de bouwtekeningen zien. Zo kregen de leerlingen een gevoel van de ruimte waar ze iets voor gingen ontwerpen.
Leraar Simon vertelde over de brainstorm die hij met zijn klas deed. De leerlingen kregen de vraag welke problemen komen ouderen tegen en kun je oplossingen bedenken om die problemen op te lossen. De leerlingen gebruikten een digitale mindmap. Daarna gingen ze de ideeën verdiepen. Ze hielden het hele proces ook bij in een digitaal logboek.

De ontwerpen van de leerlingen

Het onderzoek maakte ook zichtbaar dat het proces niet altijd even gemakkelijk was voor leerlingen. Niet iedere leerling kan zijn ontwerp goed verdedigen waardoor goede ideeën soms niet werden gebruikt. Leerlingen blijven vaak bij hun eerste idee en ontwerp. Leraar Angelique vroeg daarom aan haar leerlingen om twee totaal verschillende ontwerpen te schetsen. Ze zag dat het meerwaarde had dat de leerlingen verder moesten kijken dan hun eerste idee. Ze had eerst het plan om de leerlingen vijf verschillenden ontwerpen te laten maken maar dat was te hoog gegrepen, twee was ook goed.

Bij het ontwerpen is het goed dat de leraar kritische open vragen stelt. Wat doet jouw apparaat, hoe werkt het, past de oplossing nog bij het oorspronkelijke probleem?
De leraar kan ook sturen bij de opdracht. Vraag je een leerling een schets met vooraanzicht, zijaanzicht en bovenaanzicht? De technische tekeningen hadden soms het nadeel dat ze heel mooi recht en strak zijn terwijl de uitvoering dat niet altijd is bij leerlingen. Simon bedacht om de leerlingen te vragen een tekening te maken die zo is dat iedereen het ontwerp kan namaken. Dan moet je ook nadenken wat je opneemt in je ontwerptekening.

Doet je ontwerp wat je wil?

Als de leerlingen een ontwerp maken werkt het dan ook? Het testen was in de meeste leerarrangementen een belangrijk onderdeel van het proces. Ook hier kun je als leraar de juiste vragen stellen en leerlingen stimuleren om een eventueel probleem op te lossen. Het blijft een cyclisch proces, soms moet je terug naar de tekentafel.
Marjoke zag verschillende dingen bij de leraren terugkomen: voordoen, aanwijzingen geven, overnemen, een andere leerling laten uitleggen.

Leraar Marino vertelde dat de leerlingen bij zijn school allemaal voorafgaand aan een maakweek twee workshops krijgen. Ze leren dan twee technieken. Die kunnen ze toepassen in hun ontwerpen. Bij een volgende maakweek leren ze weer twee technieken. Bijvoorbeeld houtverbindingen (waarbij je in verstek moet kunnen zagen) en kartonverbindingen (waarbij je ook leert werken met een lijmpistool). Door deze kennis kwamen de leerlingen op andere ideeën. Ze konden grotere ontwerpen maken.

Testen en bijstellen

Bij alle leerarrangementen gaven de leerlingen presentaties, soms alleen aan medeleerlingen soms ook aan ouders en andere leraren. Tijdens de presentaties kregen ze bijvoorbeeld tops en tips. Met die informatie konden ze hun ontwerp verder verbeteren. De presentatie was uiteraard ook een goede oefening. Hoe doe je wat, waar ben je trots op, hoe verdedig je je ontwerp? De tops en tips motiveerde de leerlingen om toch weer verder te gaan met hun ontwerp, ook al dachten ze zelf dat het klaar was.

Samenwerkend leren

Er werd veel samengewerkt binnen de leerarrangementen. Het is natuurlijk mooi dat de leerlingen in groepen werken. In sommige teams werden ook de rollen verdeeld. De specialisten kregen dan bijvoorbeeld een eigen training 3D-printen. Een ander team kreeg een training met de microbit.
Bijzondere anecdote: op de dag dat leraar Simon die workshop bij De Buut zou geven was leraar Simon zelf ziek. Gelukkig was een van de leerlingen heel handig met de microbits en die gaf uiteindelijk de workshop.

Doorlopende leerlijn maakonderwijs

Het is belangrijk dat er een doorlopende leerlijn is. Dan kun je leerlingen steeds verder laten komen. Je kunt dit niet eenmalig doen en dan klaar. Bij iedere maakopdracht gaan leerlingen dieper op de stof in.

Neem zeker even de tijd om de hele presentatie van Marjoke te bekijken, je krijgt inzicht in de interessante onderzoeksresultaten die je zelf kunt gebruiken als je maakonderwijs gaat ontwerpen en uitvoeren.


Wat hebben we als project tot nu toe geleerd?

Het laatste woord was aan de projectleider, Pierre Gorissen. Hij vatte de dag samen in een aantal overkoepelende uitspraken over wat vanuit het project geleerd was, als aanvulling op alle informatie die al voorbij gekomen waren:

  • Onderzoek doen in de praktijk blijft een uitdaging als je tegelijkertijd ook verandering op gang wilt brengen.
  • Eigenlijk wil je niet de leraren bereiken die je krijgt.
  • Leraren zijn van zichzelf geen ontwerpers van leerarrangementen.
  • Leraren: Doen, doen, doen en durven loslaten.
  • Leraren: Je hoeft niet alles zelf (vooraf) te weten, maar het is wel leuk/fijn om dingen te leren!
  • Recht doen aan verschillen is ook bij professionaliseren van leraren belangrijk.
  • Leraren: Samen leren / ervaringen uitwisselen belangrijk. Samenwerken is ook voor leerlingen belangrijk!
  • W&T is als onderwerp tamelijk vaag, maar het is concreet te maken. Maakonderwijs (met ict) kan hier duidelijk aan bijdragen. Ook al kost het wat werk.
  • Samenwerken in de driehoek (onderwijs, onderzoek, lerarenopleiding) blijft een waardevolle uitdaging.

Het onderzoeksrapport en alle de producten vind je vanaf maart op de projectpagina.