Een lessenserie op het snijvlak van kunst, wetenschap en (digitale) technologie

Wat is de vraag van het Montessori Amsterdam?

Samen met de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) buigt het Montessori Amsterdam zich in dit designteam over de vraag hoe men leerlingen kan stimuleren om zelf te gaan experimenteren met en een kritische houding te ontwikkelen over digitale technologieën. Deze vraag hangt samen met de behoefte om met de inzet van ict vakoverstijgend te gaan werken en verschillende disciplines met elkaar te verbinden. Hiervoor wordt ook gebruik gemaakt van de expertise van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). De startvragen daarbij zijn:

  • Hoe kunnen we leerlingen een onderzoekende, experimentele en kritische houding laten ontwikkelen zodat ze ict creatief kunnen toepassen?
  • Hoe kunnen we leerlingen digitale ontwerpvaardigheden zelfstandig laten ontwikkelen? 

Wat doet het designteam?

Vanuit de wens om vakoverstijgend te werken en verschillende disciplines met elkaar te verbinden is er nagedacht over de werkhypothese. In dat kader is gestart met een uitgebreid literatuuronderzoek naar het model van authentieke kunsteducatie en naar praktijkvoorbeelden van lessensessies op het snijvlak van kunst, wetenschap en technologie. Ter inspiratie heeft het designteam het FabLab in Arnhem bezocht om een beter beeld te krijgen van de mogelijkheden om technologie te verbinden aan kunst en wetenschap. Na deze bijeenkomst is het designteam concreter ingegaan op de inhoud van het beoogde leerarrangement, zowel wat betreft de vorm van de technologie als de inhoud. Door gebruik te maken van een 3D-printer in een vakoverstijgende lessenserie wordt beoogd dat leerlingen zelf gaan experimenteren met en een kritische houding ontwikkelen over de rol van technologie in de samenleving. Het idee is om dit vorm te geven in een leerarrangement gericht op een ‘snack van de toekomst’.

Op basis van de geformuleerde ontwerpeisen zijn de leerkrachten aan de slag gegaan met het formuleren van een lessenserie waarbij zowel de inhoudelijke component als de techniek zijn uitgewerkt. Daarbij is specifiek aandacht voor de rol van de leerkracht. Voor de eerste opzet van het leerarrangement wordt feedback gevraagd aan collega’s. Daarna vindt een eerste pilot plaats waarbij een aantal lessen uit het leerarrangement wordt getest op een kleine groep van 15 leerlingen. Op basis van observaties en evaluaties met leerlingen zullen daar waar nodig aanpassingen worden gedaan in de opzet van het leerarrangement en dan vindt de daadwerkelijke uitvoering van het leerarrangement plaats.